Caring for residents: Exploring residents’ well-being

Dinsdag 31 oktober promoveert Lenny Lases aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Geneeskunde. Ze zal haar proefschrift getiteld ‘Caring for residents: Exploring residents’ well-being’ in het openbaar verdedigen. Promotores: Prof. dr. M.J.M.H. Lombarts (Universiteit van Amsterdam) & Prof. dr. E. Heineman (Rijksuniversiteit Groningen), Copromotoren: Prof. dr. O.A. Arah (University of California, Los Angeles) & Dr. E.G.J.M. Pierik (Isala, Zwolle). 

Lees het volledige proefschrift hier. Een Nederlandse samenvatting van het proefschrift vindt u hieronder:

Hoofdstuk 1 is het inleidende hoofdstuk van dit proefschrift. We introduceerden hier het onderwerp van ons onderzoek: het welzijn van arts-assistenten in opleiding tot specialist (aios). Aios zijn afgestudeerde basisartsen in opleiding tot medisch specialist en zij worden met vele werkgerelateerde en opleidingseisen geconfronteerd. In vele beroepen staat het welzijn onder druk; voor dokters is het welzijn niet alleen cruciaal voor de individuele dokter maar ook voor de kwaliteit van de patiëntenzorg. Aangezien we in onderhavig onderzoek geïnteresseerd zijn in de positieve kant van het welzijn, inclusief de voorspellers en consequenties, hebben we ons voornamelijk gericht op positieve werkgerelateerde welzijnsaspecten zoals baanbevlogenheid, werktevredenheid en empathie. Baanbevlogenheid kan worden gedefinieerd als een positieve, voldane, werk-gerelateerde mentale staat en is geassocieerd met beter functioneren. Werktevredenheid is de tevredenheid met werk en kan worden onderverdeeld in baan- en specialismetevredenheid. Het wordt belangrijk geacht voor zowel het individu als de kwaliteit van de patiëntenzorg. Ook empathie, de bekwaamheid om ervaringen en perspectieven van een patiënt te begrijpen, erover te communiceren en hierop te reageren, is geassocieerd met meer tevreden en therapietrouwe patiënten en patiënten met een betere kwaliteit van leven. Vermindering van empathie onder dokters, zoals beschreven in de recente literatuur, kan worden gezien als een problematische consequentie van het ervaren van stress en een gebrek aan welzijn. Gebaseerd op onderzoek in de psychologie van arbeid en gezondheid wordt beschreven dat specifieke werkkarakteristieken, de zo genoemde taakeisen en energiebronnen, het werkgerelateerde welzijn kunnen voorspellen. Aangezien het essentieel is het welzijn van aios te behouden en waar mogelijk te verbeteren was het doel van dit proefschrift om het werkgerelateerde welzijn van aios te evalueren, verklaren en waar mogelijk te verbeteren.

Proefschrift Caring for residents’ – Lenny LasesWe begonnen met het beschrijven van de zorgen van het werkgerelateerde welzijn van aios gebaseerd op nationale en internationale literatuur in Hoofdstuk 2.
Een gezonde mate van welzijn is essentieel om als aios optimaal te kunnen functioneren en presteren. De ontstane zorgen over het werkgerelateerde welzijn van aios zijn gebaseerd op hoge percentages van  burn-out, depressie en het ervaren van stress en angst onder aios. Een verminderd welzijn van aios heeft negatieve consequenties voor zowel de individuele dokter als voor de geleverde kwaliteit van zorg. De literatuur rapporteert suboptimale zorg, verlies van empathie en een toename van medische fouten. Om het welzijn en functioneren van aios te behouden en te verbeteren en uiteindelijk ook de kwaliteit van zorg die zij leveren, is het essentieel om oplossingen te vinden voor het gebrek aan, of de vermindering van, welzijn. Twee potentiele strategieën zijn hierbij denkbaar: (1) het verwijderen of verminderden van de obstakels die het welzijn van aios reduceren en (2) het aandragen van energiebronnen die het welzijn kunnen verbeteren. Deze strategieën komen overeen met de literatuur over het model van de taakeisen en energiebronnen, bekend als het JDR (Job Demands and Resources) model. De eerste strategie kan gerealiseerd worden door het verminderen van de taakeisen, dat zijn de aspecten van werk die constant mentale of fysieke inspanning vereisen. Als bepaalde taakeisen niet verwijderd kunnen worden, kunnen energiebronnen als buffer werken en helpen bij het verminderen van de negatieve effecten van deze taakeisen. Voor de tweede oplossingsstrategie denken we aan het verbeteren of introduceren van energiebronnen, de aspecten van werk die bijdragen aan het bereiken van werkgerelateerde doelen, het verminderen van taakeisen en persoonlijke ontwikkeling stimuleren. Voorbeelden van energiebronnen zijn adequate supervisie, het gevoel gesteund te worden in het werk of bijvoorbeeld het volgen van een aandacht training. Om onze kennis hierover te kunnen vergroten hebben we de ervaringen van de aios op het gebied van hun werkgerelateerde welzijn geëxploreerd in het volgende hoofdstuk.

Met de studie beschreven in Hoofdstuk 3 wilden we exploreren hoe de Nederlandse aios hun welzijn ervaren in relatie tot hun professionele leven. We voerden een kwalitatieve studie uit met een femenologische benadering. Dertien diepte interviews werden verricht met aios van verschillende opleidingen en disciplines waarbij we met behulp van een semi gestructureerde interviewleidraad de door aios ervaren welzijn in relatie tot hun professionele leven exploreerden. De gegevens werden verzameld en geanalyseerd via een iteratief proces waarbij gebruik werd gemaakt van de thematische netwerkbenadering. De bevindingen laten zien dat de ervaringen van aios kunnen worden geordend in hoofdthema’s die welzijn beïnvloeden: patiëntenzorg, werken in teamverband, opleiding op de werkvloer, organisatie aspecten, zelfkennis en de werk-privé balans. De manier waarop ervaringen in deze (vaak gecombineerde) thema’s worden beleefd en de duur ervan beïnvloedden het ervaren welzijn. Aanvullend bleken de de balans tussen inspanning en beloning en de ervaren autonomie dominante overkoepelende ervaringen in het beïnvloeden van het welzijn van aios. Het ervaren van voldoende autonomie bleek belangrijk voor de aios in de rol als zorgverlener, als opleideling en in het privé leven. De ervaren inspanning-beloning balans kan het welzijn zowel positief als negatief beïnvloeden. Deze thema’s en overkoepelende ervaringen kunnen de sleutel zijn voor interventies en aanpassingen in de opleiding om het welzijn van aios te bevorderen.
In Hoofdstuk 4 onderzochten we de mate van baanbevlogenheid en empathie onder aios en de relatie met hun ervaring van de opleiderkwaliteiten van de opleiders. Opleiders vertrouwen wat betreft hun opleiderkwaliteiten op de feedback van aios. Echter, de relatie tussen de karakteristieken van aios en de evaluaties van opleiders is relatief onbekend. Een multicenter vragenlijstonderzoek werd verricht en  aios chirurgie en gynaecologie werden uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen. Aios beoordelingen van de opleiderkwaliteiten van hun opleiders werden verzameld met behulp van het ‘System for Evaluation of Teaching Quality’ (SETQ). Aanvullend evalueerden we baanbevlogenheid en empathie met behulp van de ‘Utrechtse Bevlogenheid Schaal’ (UBES) en de ‘Jefferson Scale of Physician Empathy’ (JSPE), respectievelijk. Om de associatie van baanbevlogenheid en empathie van de aios
met de door de aios ingevulde evaluaties van de opleiderkwaliteiten te evalueren verrichtten we lineaire regressie analyses met behulp van gegeneraliseerde schattingsvergelijkingen (GEE’s). Een hogere mate van baanbevlogenheid en empathie bij de aios bleek geassocieerd met hogere beoordelingen van de opleiderkwaliteiten van de opleiders. Een mogelijke verklaring is dat aios die meer bevlogen zijn en andermans perspectieven beter kunnen begrijpen en delen, het goed opleiden door opleiders meer stimuleren en ook als beter ervaren. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat betere opleiders de bevlogenheid en empathie van aios bevorderen en daardoor een positieve feedback en feed forward cyclus in de opleiding brengen. We weten inmiddels dat baanbevlogenheid is geassocieerd met beter functioneren op het werk, minder medische fouten en ook met positieve evaluaties van opleiderkwaliteiten. Echter, of bevlogen artsen beter functioneren in de ogen van patiënten was nog onbekend.

Met ons onderzoek in Hoofdstuk 5 wilden we daarom evalueren of patiënten betere zorg ervaren van meer baanbevlogen dokters. Tevens onderzochten we of de vier energiebronnen autonomie, collegiale steun, deelname aan besluitvorming en leer- en ontwikkelmogelijkheden, positief gerelateerd zijn aan bevlogenheid van artsen. We verzamelden 4573 unieke patiëntenervaringen voor 238 dokters van 10 poliklinieken in 2 academische ziekenhuizen. We evalueerden het functioneren van de dokters zoals ervaren door de patiënt op de polikliniek met behulp van 9 gevalideerde items van de Nederlandse ‘Consumer Quality Index’. Dokters werden gevraagd hun energiebronnen (autonomie, collegiale steun, deelname aan besluitvorming en leer- en ontwikkelingsmogelijkheden) en baanbevlogenheid te evalueren door middel van de gevalideerde Vragenlijst voor Beleving en Beoordeling van Arbeid en de Utrechtse Bevlogenheid Schaal (UBES). We voerden multivariate gecorrigeerde lineaire gemengde modellen en lineaire regressie analyses uit. Onverwachts vonden we geen verband tussen de baanbevlogenheid van dokters en de ervaringen van patiënten met de door hen geboden zorg. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat dokters dusdanig uitgebreid worden opgeleid in professioneel interpersoonlijk gedrag richting patiënten dat dit als een buffer fungeert in het ondersteunen van de standaard ongeacht de mate van bevlogenheid. Aanvullend vonden we in dit onderzoek dat autonomie en leer- en ontwikkelingsmogelijkheden een positief verband hebben met baanbevlogenheid. Deze energiebronnen zouden daarom gezien kunnen worden als belangrijke sleutels tot het verbeteren van het werk gerelateerde welzijn van dokters. Om meer kennis te verkrijgen van de mogelijk beïnvloedende factoren voor het welzijn van aios vervolgen we ons onderzoek met het evalueren van de impact van het opleidingsklimaat op het werkgerelateerde welzijn van aios.
In Hoofdstuk 6 onderzochten we derhalve of er een verband bestaat tussen een beter opleidingsklimaat en de baanbevlogenheid, werktevredenheid en empathie van de aios. Een optimaal opleidingsklimaat is cruciaal voor de kwaliteit van de opleiding en zou ook het welzijn van aios kunnen verbeteren. We verrichtten een multicenter vragenlijstonderzoek onder 271 aios chirurgie en gynaecologie van 21 opleidingen. Om het opleidingsklimaat te evalueren gebruikten we de ‘Dutch Residency Educational Climate Test’ (DRECT), bestaande uit 9 domeinen. Om het werkgerelateerde welzijn van aios te evalueren onderzochten we baanbevlogenheid, werktevredenheid en empathie. Voor deze welzijnsmetingen maakten we gebruikt van de Utrechtse Bevlogenheid Schaal, de baan- en specialismetevredenheid metingen van de Physician Worklife Study en de Jefferson Scale of Physician Empathy, respectievelijk. We voerden multivariabele gecorrigeerde lineaire regressie analyses uit en deze toonden een positief verband tussen het algehele opleidingsklimaat en zowel baanbevlogenheid als ook de werktevredenheid van aios. We konden geen verband aantonen tussen het opleidingsklimaat en het empathisch vermogen noch de tevredenheid van aios met het gekozen specialisme. Het positieve verband tussen het opleidingsklimaat en baanbevlogenheid en werktevredenheid is in lijn met eerder onderzoek naar het ontbreken van welzijn, dat laat zien dat het opleidingsklimaat een negatief verband heeft met burn-out, het tegenovergestelde van bevlogenheid. Onze resultaten zijn ook in lijn met het eerdergenoemde JDR model. Twee van de negen opleidingsklimaatdomeinen zijn specifiek geassocieerd met een hogere mate van baanbevlogenheid: ‘atmosfeer van de opleiding’ en ‘formeel onderwijs’. Een positieve werksfeer en gestructureerd, aansluitend onderwijs zijn aspecten die logischerwijs positieve invloed hebben op de enthousiaste, positieve, voldane mentale staat (bevlogenheid) van aios en zou een verklaring kunnen zijn van deze bevindingen. Baantevredenheid bleek het meest beïnvloed te worden door de opleidingsklimaatdomeinen ‘atmosfeer van de opleiding’, ‘werken in teamverband’, ‘de rol van de hoofd opleider’, ‘samenwerking van aios onderling, ‘werk aangepast aan het competentieniveau’ en ‘toegankelijkheid van de supervisoren’. De drie opleidingsklimaatdomeinen die het affectieve domein vormen (atmosfeer van de opleiding, werken in teamverband, samenwerking van aios onderling) worden waarschijnlijk meer gewaardeerd op een emotionele basis en het positieve verband met het gevoel van baantevredenheid is daarom begrijpelijk. Dit komt ook overeen met de literatuur. Meer onderzoek zal wel gedaan moeten worden om (het uitblijven van) de invloed van de andere domeinen op baantevredenheid te begrijpen. Om verder te exploreren wat de mogelijke energiebronnen zijn voor het verbeteren van het werkgerelateerde welzijn van aios sloten we ons onderzoek af met het opzetten en onderzoeken van een mogelijke interventie.

We evalueerden de invloed van Mind Fitness Training op baanbevlogenheid, empathie, werktevredenheid en de ervaren stress van aios in Hoofdstuk 7. Aanvullend exploreerden we hoe aios een dergelijke training gebaseerd op de concepten van mindfulness ervaren. We verrichten een multicenter onderzoek in acht Nederlandse opleidingsziekenhuizen. We gebruikten zowel kwantitatieve als kwalitatieve benaderingen om gegevens te verzamelen en te analyseren. Negenentachtig aios heelkunde werden uitgenodigd om deel te nemen aan de pre- en post-interventie vragenlijsten. Tweeëntwintig aios participeerden vrijwillig in het opgezette Mind Fitness Training programma en werden aanvullend uitgenodigd om de training te evalueren en te praten over hun ervaringen tijdens post-interventie interviews met open vragen. Onze resultaten toonden een toename in specialismetevredenheid en een vermindering in ervaren stress bij de aios in de interventie groep aan, terwijl er geen substantiële verschillen werden geobserveerd bij de aios in de controle groep. Deelname aan de Mind Fitness Training liet een positief verband zien met empathisch vermogen en specialismetevredenheid van aios. Verder beoordeelden aios de Mind Fitness Training positief en tijdens de interviews rapporteerden aios een ervaren verbetering in het kunnen focussen. Tevens rapporteerden aios een groter bewustzijn van hun eigen mentale staat, een kalmer gevoel en een gevoel van meer controle. Deze resultaten impliceren dat een Mind Fitness Training een positieve invloed heeft op het werkgerelateerde welzijn van aios.
In Hoofdstuk 8 sloten we af met de algemene discussie. De resultaten van de hierboven beschreven onderzoeken werden besproken en geplaatst in een breder perspectief van de literatuur over het welzijn van aios. Hierna beschreven we de sterke punten en limitaties van dit proefschrift en de implicaties voor toekomstig onderzoek en de praktijk. We resumeerden dat het werkgerelateerde welzijn van aios complex is en wordt beïnvloed door een variëteit aan factoren zoals in ons onderzoek naar voren komt. We adviseren de in onze studies aangetoonde relevante welzijnsfactoren te gebruiken om het werkgerelateerde welzijn van aios te behouden of verbeteren. De eerder beschreven positief ervaren en impactvolle Mind Fitness Training zou verder een nuttige aanvulling zijn in de opleiding. Het is in het belang van de individuele aios, de organisatie, en uiteindelijk ook van de patiëntenzorg en samenleving dat we continu streven naar een betere opleiding voor aios en het verbeteren van het werkgerelateerde welzijn. De aandacht en acties om het welzijn van aios te verbeteren kan gestructureerd worden op het niveau van de organisatie, de opleiding en het individu.